ABC

Super Janske ABC  / Verklarende woordenlijst

 

A

ALL (Acute Lymfatische Leukemie): Per dag worden miljarden bloedcellen aangemaakt doordat onrijpe cellen in het beenmerg, de zogenaamde blasten, zich delen. Ook gaan er per dag gemiddeld evenveel cellen dood zodat het aantal bloedcellen ongeveer constant blijft. Dit proces van aanmaak en afbraak van bloedcellen wordt in het lichaam nauwkeurig gecontroleerd. Indien nu een bepaalde cel in het beenmerg op hol slaat en ongecontroleerd gaat delen ontstaan er veel te veel cellen van hetzelfde soort. Deze ongecontroleerde woekering van bloedcellen van hetzelfde onrijpe soort heet leukemie. Dit kan plaatsvinden in iedere soort bloedcel. Meest voorkomend echter is lymfatische leukemie, kanker in de onrijpe voorlopers van de lymfatische cellen, de lymfocyten. Aangezien dit ziektebeeld zich relatief snel, acuut ontwikkeld wordt gesproken van acute lymfatische leukemie, afgekort als ALL.

ALL-10 protocol: Het ALL 10 protocol geeft richtlijnen voor de behandeling van kinderen en adolescenten met ALL van 1 tot 19 jaar. 

ARA-C: Een celdeling-remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerking de verlaging van het aantal witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes. ARA-C wordt ook wel Cytosar en Cytarabine genoemd.

Asparaginase: Een celdeling-remmend enzym met als belangrijkste bijwerking een overgevoeligheidsreactie binnen 1 uur (rillingen, koorts, hoesten, kortademigheid, roodheid van de huid, jeuk, verlaagde bloeddruk).

B

Beenmergpunctie: Door middel van een beenmergpunctie wordt een beetje merg uit de binnenste holte van het bot gehaald. In deze holte worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Aan het onderzoek van dat merg kan de oncoloog zien hoe de aanmaak en samenstelling van het bloed is. Dit onderzoek gebeurt door middel van een prik in de heuprand. Dit gebeurd onder narcose.

Bloedplaatjes: zie Trombocyten

C

Cyclofosfamide: Een celdeling-remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerking een ontsteking van de blaas.

Cytostaticum: Een celdeling-remmend medicijn.

D

Daunorubicine: Een celdeling-remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerking de verlaging van het aantal witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes.

Dexamethason: Een hormoon dat normaal ook door het lichaam wordt aangemaakt. Het is ontstekingsremmend en vermindert overgevoeligheidsreacties. In sommige gevallen kan het kankercellen doden en versterkt het de werking van bepaalde cytostatica. De belangrijkste bijwerkingen zijn toename van eetlust, gewichtstoename, het vasthouden van vocht waardoor een 'vollemaansgezicht' en een dikke buik ontstaat, gedragsveranderingen, rusteloosheid, irritatie en agressief gedrag.

E

Erytrocyten: rode bloedcellen, deze cellen nemen vanuit de longen zuurstof op en transporteren dit naar alle organen in het hele lichaam. De zuurstof wordt gebonden aan een bepaald eiwit, het zogenaamde haemoglobine afgekort als Hb. Een tekort aan rode bloedcellen of een laag Hb wordt bloedarmoede of anemie genoemd. De bijbehorende klachten zijn bleekzien en moeheid.

F

G

Granulocyten: Deze witte bloedcellen spelen ook een belangrijke rol bij de afweer, met name voor het opeten van o.a. bacteriën.

H

I

J

K 

Kanjerketting: De Kanjerketting van de VOKK is een beloningssysteem voor kinderen met kanker bestaande uit kralen.

 

L

Leucovorin: Een vitamine (folinezuur) die gegeven wordt ter vermindering van de toxiciteit van hoge doses methotrexaat (MTX).

Leukemie: Een verzamelnaam voor verschillende vormen van bloedkanker. Omdat bloedkanker voor het eerst ontdekt werd in de witte bloedcellen (en omdat bloedkanker het meest voorkomt in de witte bloedcellen) wordt bloedkanker ook leukemie genoemd. Leukos betekent wit.

Leukocyten: Witte bloedcellen, deze cellen verzorgen de afweer van ons lichaam tegen infecties door bijvoorbeeld bacteriën en virussen. Er bestaan verschillende soorten normale witte bloedcellen: Lymfocyten, Granulocyten en Monocyten.

Lumbaalpunctie (LP): De lumbaalpunctie wordt ook wel 'ruggenprik' genoemd. Dit onderzoek gebeurt vaak onder verdoving d.m.v. Dormicum. Bij deze punctie wordt met een speciale naald tussen twee wervels doorgeprikt. Door de naald loopt hersenvocht (liquor) naar buiten dat in buisjes wordt opgevangen. Tijdens deze prik moet het kind op de zij liggen en de rug zo rond mogelijk houden. Dit lukt het beste door met opgetrokken knieën en gebogen hoofd te liggen.

Lymfocyten: Deze witte cellen komen in het bloed maar ook in de lymfklieren en milt voor. Van de lymfocyten bestaan weer T-lymfocyten en B-lymfocyten die belangrijk zijn voor het maken van antistoffen tegen ziekteverwekkers. De meest voorkomende vorm van leukemie bij kinderen ontstaat in deze cellen en heet derhalve ook lymfatische leukemie.
 

M

Mesna: Een medicijn dat helpt de blaas te beschermen tegen de irritatie die veroorzaakt wordt door de cytostatica Cyclofosfamide.

Monocyten: Deze grote witte bloedcellen spelen ook een belangrijke rol bij de afweer, m.n. voor het opeten van bacteriën en virussen.
 

MTX (methotrexaat): Een celdeling remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerkingen ontstoken mondslijmvlies, verlaging van het aantal witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes, overgevoeligheid voor licht van ogen en huid, lever- en nierbeschadiging en algemene malaise.

N

O

P

Petechiën: Een petechia is een kleine (0,5-1 mm) rode of paarse puntvormige huidbloeding en wordt veroorzaakt door een zeer kleine oppervlakkige bloeduitstorting. Kenmerkend voor petechiën (het woord wordt vrijwel uitsluitend in het meervoud gebruikt) is dat ze bij druk op de huid, b.v. met een glaasje, niet verbleken, wat bij rode verkleuringen die veroorzaakt worden door verwijde bloedvaatjes of teveel bloedvaatjes wel het geval is. Het bloed in een petechia bevindt zich namelijk niet meer in een bloedvat maar in de huid en kan daaruit niet worden weggedrukt.

Plasmaferese: Een geneeskundige behandeling waarbij het eigen bloedplasma wordt verwijderd, maar de zich erin bevindende bloedcellen niet. Afgetapt bloed wordt gescheiden, waarna de eigen bloedcellen in een vervangende kunstmatige oplossing weer worden teruggegeven. Dit gebeurt met een dialysetoestel waar i.p.v. een kunstnier een filter geplaatst wordt die het plasma uit het bloed haalt door minuscule gaatjes in de filter. Het wordt toegepast in situaties waarbij het bloed van de patient antistoffen bevat die hemzelf schaden en waarbij andere behandelingen niet voldoende helpen. 

Port-a-Cath (PAC): Voor de toediening van de medicatie wordt gebruik gemaakt van een zgn. port-a-cath of VAP (Venous Access Port), een onderhuids ingebracht reservoir wat verbinding heeft met een groot bloedvat. Dit maakt dat de medicijnen veilig kunnen worden toegediend en dat de kleine vaten niet geïrriteerd raken. Tevens kan hierover vocht worden toegediend, bloedtransfusies, voedingsinfusen en kan er bloed voor controle uit worden afgenomen.

Prednison: Een hormoon dat normaal ook door het lichaam wordt aangemaakt. Het is ontstekingsremmend en vermindert overgevoeligheidsreacties. In sommige gevallen kan het kankercellen doden en versterkt het de werking van bepaalde cytostatica. De belangrijkste bijwerken zijn toename van eetlust, gewichtstoename, het vasthouden van vocht waardoor een 'vollemaansgezicht' en een dikke buik ontstaat, gedragsveranderingen, rusteloosheid, irritatie en agressief gedrag.

Q

R

Rode bloedcellen: zie Erythrocyten

Ruggenprik: zie Lumbaalpunctie

S

SKION: Stichting Kinderoncologie Nederland

T

Trombocyten: Bloedplaatjes, deze zijn belangrijk voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten leiden dus tot bloedingen. Dit uit zich in bijvoorbeeld bloedneuzen of spontane of ongewoon grote blauwe plekken op plaatsen waar deze normaal gesproken zelden ontstaan of petechiën (zgn. puntbloedingen) in de huid of het slijmvlies van de mond.

U

V

Vincristine: Een celdeling-remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerkingen obstipatie (verstopping) en irritatie van zenuwbanen, met als gevolg tintelende vingers en tenen, pijn in de kaken en verminderde spierkracht in de onderbenen en handen.

VOKK: Vereniging 'ouders, kinderen en kanker'

W

Witte bloedcellen: zie Leukocyten

X

Y

Z

Zofran: Een medicijn dat misselijkheid en braken als gevolg van bepaalde soorten chemotherapie tegengaat.

1

2

3

4

5

6

6-MP (6-Mercaptopurine): Een celdeling-remmend medicijn (cytostaticum) met als belangrijkste bijwerkingen verlaging van het aantal witte bloedlichaampjes, ontstoken mondslijmvlies en leverbeschadiging.

7

8

9

goede doelen

ronaldborder='0'
border='0'border='0'
border='0'